Doel van dit onderzoek

‘Ik hoor erbij’, ‘hier heb ik vrienden’, ‘we zijn verschillend, maar horen toch bij elkaar,’ dat zijn uitspraken van leerlingen uit een klas die ‘sociaal cohesief’ is. Bij het versterken van die sociale cohesie spelen leraren een belangrijke rol. Maar hoe doe je dat als leraar precies? Vooral als er binnen een groep veel sociaal-economische en culturele verschillen zijn?

Dit onderzoeksproject richt zich op het versterken van sociale cohesie in de klas. Samen met leraren en leerlingen kijken we naar huidige en nieuwe manieren om sociale cohesie te versterken en te meten in klassen en scholen met een grote sociaaleconomische en culturele diversiteit.

Veelgestelde vragen

  • Wat is sociale cohesie precies?

    Sociale cohesie gaat over de kwaliteit van saamhorigheid binnen een groep. Een cohesieve groep voldoet aan de combinatie van een aantal kenmerken:

    • Sociale relaties: leerlingen hebben meerdere vriendschappen, vertrouwen elkaar en tolereren en respecteren onderlinge verschillen.
    • Groepsidentificatie: leerlingen voelen dat ze erbij horen.

    Volgens een aantal wetenschappers moeten we aan deze kenmerken nog toevoegen:
    • Oriëntatie op welzijn van de groep: leerlingen zijn gericht op het groepsbelang en bereid hun ideeën te delen om medeleerlingen verder te helpen.
    • Omgangsregels: de leerlingen komen de (onderlinge) omgangsregels na.

  • Is méér sociale cohesie altijd beter?

    Kan sociale cohesie te sterk worden? Ja. Als leerlingen zich bijvoorbeeld heel sterk gaan identificeren met hun klas, dan kunnen zij zich gaan afzetten tegen andere groepen binnen de school en kunnen waarden waarbinnen verschillen worden getolereerd en gerespecteerd onder druk komen te staan.

    Het is dus belangrijk dat leraren de ontwikkeling van sociale cohesie nauwgezet volgen. Het is daarbij van belang om ook te kijken hoe de klascontext de cohesie van de hele school kan versterken.

  • Hoe bevorder je sociale cohesie?

    Samenwerkend leren wordt gezien als een krachtig instrument om gelijktijdig aan de cognitieve én de sociale ontwikkeling van leerlingen te werken. In de laatste decennia zijn specifieke samenwerkingswerkvormen ontwikkeld die zich op meerdere kenmerken van het versterken van sociale cohesie richten. Een voorbeeld is Jigsaw, waarbij leerlingen op heterogene groepskenmerken bewust bij elkaar worden gezet. Leerlingen beschikken over gelijke bronnen – om ongelijkheid tegen te gaan – en hebben elkaar nodig om doelstellingen te behalen.

    Leren in dialoog is een ander voorbeeld, waarbij in de werkvormen onderwijskundige én pedagogische elementen zijn verwerkt.
    a. Als onderwijskundige burgerschapswerkvorm: de leerlingen leren hun waarden verwoorden. En er wordt nadruk gelegd op het tolereren van verschillen.
    b. Als pedagogische werkvorm: de leerlingen leren verschillen te waarderen. Het inbrengen van eigen waarden door leerlingen met een minderheidsstandpunt is het standaard ingrediënt van alle lessen. Deze pedagogische aanpak is bijvoorbeeld uitgewerkt binnen het zogeheten cultureel responsief leren.

  • Hoe belangrijk ben je als leraar?

    Leraren en scholen hebben vaak een opvatting over of en hoe aan sociale cohesie in een cultureel diverse klas gewerkt moet worden. Dit is van invloed op de manier waarop uitdagingen worden aangegaan: het maakt bijvoorbeeld uit of een leraar stelt dat het benoemen van verschillen de cohesie versterkt, of juist voor conflicten zorgt. Deze opvatting lijkt bepalend voor de werkvormen of aanpakken die de leraren in de praktijk gebruiken.

    Daarnaast is ook de pedagogische relatie met de leraar essentieel: leerlingen die een ondersteunende relatie met de leraar ervaren, vinden eerder dat ze bij de klas en school horen.

  • Hoe ‘meet’ je sociale cohesie?

    Leraren kunnen (de mate van) sociale cohesie in hun klas en school deels zelf ‘meten’, door bijvoorbeeld te letten op sociale relaties, (het nakomen van) de omgangsregels en het welzijn van de groep. Echter, vanuit het werkveld wordt benadrukt dat in scholen, en wellicht juist in cultureel diverse scholen, processen die sociale cohesie in de weg zitten niet altijd zichtbaar zijn voor leraren.

    Dit vraagt om specifieke ‘meet’-instrumenten waarmee leerlingen individueel wordt gevraagd naar enerzijds hun persoonlijke houding, mening en ervaringen en anderzijds hun ideeën over de sociale cohesie van hun klas en school. Er kan immers verschil bestaan tussen de mate waarin een leerling ervaart bij de klas te horen en de mate waarin volgens de leerling iedereen bij de groep hoort. Een onderdeel van het onderzoeksproject is om specifieke meetinstrumenten te ontwikkelen en te gebruiken om beter in beeld te krijgen hoe het er voor staat met de sociale cohesie in klas en school.

    Tussentijds resultaat:
    Tijdens de pilotstudie deden we onderzoek in een klas die in de beleving van de leraren niet cohesief was. Ze konden dit echter niet aantonen op basis van het gedrag van de leerlingen: die leerlingen hielpen elkaar en er waren verschillende groepjes leerlingen die structureel met elkaar optrokken. Allemaal observeerbare tekenen van sociale cohesie. De sociale cohesie-vragenlijst en verdiepende interviews lieten echter zien dat er inderdaad weinig onderling vertrouwen tussen de leerlingen was en dat leerlingen niet trots op hun klas waren. Met alleen observaties meet je dus alleen het handelende deel van cohesie. Voor het achterhalen van de (echte) beleving moet je dit aanvullen met andere instrumenten zoals vragenlijsten en gesprekken.  

  • Hoe ziet het onderzoek eruit?

    De basis van dit onderzoek is een literatuurstudie naar instrumenten voor het meten van sociale cohesie en de aanpakken die er zijn om sociale cohesie versterken. Vervolgens willen we weten hoe sociale cohesie en het versterken ervan eruit ziet in verschillende omstandigheden. Samen met leraren op verschillende scholen werken we zo aan meer en beter inzicht in aanvullende werkvormen en (pedagogische) interventies die sociale cohesie van de klas en school kunnen versterken.

    Inmiddels zijn we met de tweede fase van het onderzoek gestart op twee middelbare scholen in een (groot)stedelijke context. Daar worden zes klassen gedurende een half jaar gevolgd. Deze scholen doorbreken sociale scheidslijnen door bewust meerdere onderwijsniveaus onder een dak aan te bieden (bijvoorbeeld vmbo_t en vwo) en geven aan bewust aan sociale cohesie te werken. Onderzoekers nemen vragenlijsten af, observeren in de lessen en tijdens de pauze en interviewen zowel leerlingen en leraren. De vragen gaan bijvoorbeeld over de beleving van sociale cohesie in de klas en school en over processen die de sociale cohesie belemmeren of bevorderen.

  • Wanneer verwachten we de eerste resultaten?

    In april 2020 presenteren we de eerste resultaten van het onderzoek. In de maanden daarna gaan we de uitkomsten samen met onze praktijkpartners vertalen naar een advies.

Project contactpersoon

Gert-Jan Veerman

Neem contact op

oktober 2019

Curriculum.nu biedt kansen voor sociale cohesie in de klas

Volgens Gert-Jan Veerman verdient tolerantie een duidelijke plek in het onderwijs van de toekomst. Hij pleit ervoor dat leerkrachten samen met leerlingen misvattingen over tolerantie…

Lees meer

juni 2019

Meer sociale cohesie in de klas: hoe doe je dat?

‘Hier heb ik vrienden’, ‘We zijn verschillend, maar horen toch bij elkaar,’ dat zijn uitspraken van leerlingen uit een klas die ‘sociaal cohesief’ is. Bij…

Lees meer