Doel van dit deelproject

Met dit project spelen we in op de ontwikkeling dat leren en ontwikkelen van kinderen en jongeren steeds meer buiten de school plaatsvindt. Met dit onderzoek willen we enerzijds die buitenschoolse onderwijsactiviteiten in kaart brengen. Anderzijds willen we werkzame factoren van buitenschools leren in beeld brengen die kunnen helpen om de verbinding tussen binnen- en buitenschools leren te optimaliseren, om zo de ontwikkelingskansen van leerlingen te versterken en ongelijkheid tegen te gaan.

Onderzoeksvragen

De wetenschappelijke kennisbasis over de opkomst van het buitenschools lerenWat is buitenschools leren?
Onder gestructureerde vormen van buitenschools leren vallen verschillende typen activiteiten en aanbieders, verschillende leerdoelen, pedagogische aanpakken en leeromgevingen. De activiteiten kunnen dan ook langs verschillende dimensies bestudeerd worden:
Onderwijsondersteunend: het buitenschoolse leren ondersteunt het binnenschoolse leren, bijvoorbeeld aan de hand van bijles of leerlingbegeleiding. Deze activiteiten zijn vaak gericht op de kwalificerende onderwijsdoelen: leerlingen worden ondersteund in hun leerproces teneinde betere schoolprestaties te behalen. Bijles, huiswerkbegeleiding, toets- en examentraining zijn bekende voorbeelden van deze vorm van buitenschools onderwijsactiviteiten. Maar ook activiteiten die zijn gericht op loopbaanondersteuning van leerlingen die dreigen uit te vallen uit het onderwijs kunnen hieronder geschaard worden.
Onderwijsverrijkend: de buitenschoolse leeractiviteit verrijkt of verbreedt reguliere onderwijsdoelen, waardoor eerder een toevoeging aan, dan ondersteuning van, het reguliere curriculum plaatsvindt. Zulke activiteiten zijn vaker gericht op socialiserende en persoonsvormende onderwijsdoelen. Voorbeelden van deze vorm van buitenschools leren zijn onder meer weekendscholen.
Andere dimensies waarlangs buitenschoolse leeractiviteiten kunnen worden beschreven, zijn onder meer de bekostiging, de aanbieder, de selectie van deelnemers, de kwaliteit en professionaliteit van de onderwijsgevenden en de mate van samenwerking met het regulier onderwijs. Hoewel vormen van buitenschools leren zich soms duidelijk langs deze assen laten classificeren, is er ook sprake van interessante kruisbestuivingen en hybride vormen. Zo zijn aanbieders van privaat bekostigde vormen van bijlessen ook actief in het aanbieden van gesubsidieerde lentescholen, die een breder doel hebben dan de kwalificatie van leerlingen, of richten sommige weekendscholen zich ook op kwalificerende doelen.
is op dit moment zeer beperkt, hoewel deze opkomst een significante verandering van het onderwijslandschap kan betekenen. Dat veranderende onderwijslandschap roept verschillende vragen op: over het hoe en waarom van de opkomst van het buitenschools leren. Maar ook over de gevolgen van die groei voor het onderwijslandschap zelf, en voor het leren en de ontwikkeling van kinderen en jongeren met verschillende onderwijs- en thuisachtergronden.

Hoofdvraag: In welke mate en op welke wijze dragen verschillende vormen van buitenschools leren bij aan de ontwikkeling(skansen) in termen van kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming van leerlingen met verschillende onderwijs- en thuisachtergronden?

Deelvraag 1: Hoe ziet het huidige landschap van buitenschools leren in Nederland eruit en welke ontwikkeling heeft dit landschap recent doorgemaakt?

Het antwoord op deze deelvraag geeft een beknopte beschrijving van de stand van zaken en ontwikkeling in de afgelopen jaren in termen van aard en vorm, de aanbieders, de gebruikers, de doelen en functies van het huidige aanbod.

Deelvraag 2: Welke factoren en motieven liggen ten grondslag aan vraag en aanbod in het buitenschools leren?

Met behulp van deze deelvraag wordt een beeld geschetst van factoren in onderwijs (op zowel macro-, meso- en micro-niveau) en samenleving en van de motieven van ouders, leerlingen, scholen en aanbieders die ten grondslag liggen aan de actuele vraag en aanbod van buitenschools leren.

Deelvraag 3: Welke effecten hebben verschillende vormen van buitenschools leren op  kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming voor verschillende leerlingen? Wat zijn werkzame factoren? 

Aan de hand van deze deelvraag toetsen we welke effecten en werkzame factoren van buitenschools leren kunnen worden geïdentificeerd in termen van inhoud en vormgeving van het aanbod, verschillende onderwijsuitkomsten (kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming) en verschillende leerlingen (verschillende leeftijden, onderwijssoorten en thuisachtergronden).

Deelvraag 4: Welke samenwerkingsvormen tussen scholen, aanbieders van buitenschoolse leeractiviteiten en andere actoren in de leefomgeving van jongeren (ouders, peers, werkgevers, anderen) bieden kansrijke verbindingen om de kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming van verschillende groepen leerlingen optimaal te ondersteunen?

Met deze laatste vraag willen we een beeld krijgen van kansrijke verbindingen tussen de verschillende settings waarin jongeren leren en zich ontwikkelen. Hierbij wordt de verbinding gelegd tussen het leren op school, buiten school en thuis.

Aanpak

De vier deelvragen vormen een keten van elkaar logisch opvolgende schakels, waarin vanuit een beschrijving van de huidige stand van zaken wordt toegewerkt naar een toetsing van effectieve praktijken, die uitmondt in een handreiking voor de toekomst. Hierbij wordt een trechtermodel gehanteerd: van een brede beschrijving van de stand van zaken zoomen we gaandeweg in op een aantal praktijken. De verschillende deelvragen voeden elkaar: de opbrengsten van het ene deelproject leveren input voor de vormgeving en uitvoering van het volgende.

Deelproject 1 realiseren we via desk research, interviews en surveys een inventarisatie en rubricering van buitenschoolse leeractiviteiten en settings.

Deelproject 2: interviews, focusgroepen en bredere surveys om motieven helder te krijgen.

Deelproject 3: toetsen van korte- en langetermijneffecten. Bijvoorbeeld een vergelijking van scores op schoolvakken waarvoor wel en niet door een leerling is geparticipeerd in buitenschoolse leeractiviteiten, een vergelijking tussen leerlingen van één school die wel en niet deelnemen aan buitenschoolse leeractiviteiten, of een vergelijking tussen scholen.

Deelproject 4: good practices beschrijven op basis van de opbrengsten van de eerste drie deelprojecten.

(On)gelijkheid in de jeugdgezondheid(szorg)

Hoe kunnen we opeenstapeling van ongezond gedrag en gezondheidsproblemen van jongeren voorkomen?
Lees meer

Verbinding tussen onderwijs en jeugdzorg

Kan met laagdrempelige interventies, gericht op een probleem waar alle leerlingen mee te maken (kunnen) krijgen de onderwijs-jeugdzorg verbinding worden versterkt?
Lees meer

De kracht van ontmoeting

Hoe zorgen we voor betekenisvolle ontmoeting en samenwerking tussen wijkteams en moeilijk bereikbare jongeren en hun ouders?
Lees meer

Sociale cohesie in de klas

Hoe kun je sociale cohesie versterken in een klas met veel diversiteit in sociaal en cultureel-etnische achtergronden?
Lees meer